In 1977 stelt Louise Nevelson in New York voor het eerst haar metaalsculpturen tentoon. daarvoor maakt ze vooral wandreliefs in hout, door middel van assemblagetechniek: ze puzzelt met gevonden houten objecten die ze combineert, bewerkt en schildert, meestal in zwart. Pas nadien evolueerde ze naar grootschalige metalen sculpturen voor buiten die de publieke ruimte aankonden, parallel met haar persoonlijk groeiproces en zelfvertrouwen (en met de toenmalige trend). Ze zijn ook dynamischer van compositie en veel ruimtelijker van opvatting en Nevelson noemde zich een ‘environmental architect’.
Zelf benadrukt ze dat haar werkwijze hetzelfde blijft: voor de metalen sculpturen vraagt ze aan metaalbewerkers de halve cirkels, of rechthoekige vormen te buigen en te lassen. Ze stelt ze in hun atelier samen, vaak zonder model of tekeningen, en experimenteert er op los met beschikbare vormen door andere handen gemaakt. In de beroemde Lippincott’s studio. Haar unieke artistieke praktijk transformeert alledaagse materialen in composities die de ruimte overstijgen en de perceptie van kunst door de kijker veranderen. Ze neemt bezoeker mee naar haar wereld van het mysterieuze, van de vierde dimensie.