George Grard begon in 1946 aan deze sculptuur als onderdeel van een ensemble rond de seizoenen voor het Jubelpark in Brussel. De zittende naakte vrouwenfiguur verbeeldde oorspronkelijk De lente. Toen het project werd afgeblazen, gaf Grard het werk een nieuwe titel: Grande femme assise. In het Middelheimmuseum raakte de bronzen sculptuur uiteindelijk bekend als Niobe, naar de figuur uit de Griekse mythologie. Deze verschillende benamingen tonen aan dat titels voor Grard wellicht minder essentieel waren.
De vrouw lijkt uit de aarde zelf op te rijzen: massief, stil en onverstoorbaar, als een natuurkracht. De afgeronde, vloeiende en solide vormen zijn kenmerkend voor Grards werk tot het midden van de jaren 1950. Hij concentreerde zich in deze periode op monumentale vrouwelijke naakten, waarvoor kunstenaar Isette Gabriels meer dan twintig jaar model stond. Invloeden van Aristide Maillol en Auguste Renoir zijn duidelijk herkenbaar.
Hij werkte er meer dan twee jaar aan. Er werden vijf exemplaren van dit beeld gemaakt. De overige exemplaren bevinden zich te Johannesburg, Koksijde, de Katholieke Universiteit van Leuven, het Museum van Sart-Tilman te Luik en in een privé-collectie.